|
Het
zaaien
Bij
het zaaien geldt, dat we liever op een geleidelijke en gedifferentieerde
ontwikkeling aansturen dan op een snel en explosief resultaat. Door een
basismengsel in te zaaien geven we slechts een aanzet; het is de
bedoeling dat de vegetatie zich zelf verder volgens een zo natuurlijk mogelijk
patroon kan gaan ontwikkelen. De ingezaaide soorten zullen zich, voorzover de
situatie geschikt is, binnen enkele jaren rijkelijk hebben vermenigvuldigd.
Desgewenst kunnen we de ontwikkeling enigszins blijven begeleiden, en door de
jaren heen hier en daar soorten toevoegen waar het milieu ontvankelijk voor
lijkt. Zo zijn ook de kosten wat te spreiden. Na te hebben gezorgd dat het
zaaibed een voldoende fijnkorrelige structuur heeft laten we de grond enige
tijd braak liggen, zodat spontaan opkomende zaadonkruiden enkele malen
(oppervlakkig!) kunnen worden weggeschoffeld.
Als
aanzet gebruiken we op kleine oppervlakten omstreeks 1- 3 gram bloemzaden per m2;
voor grotere oppervlakten is 0.1 - 0.5 gram per m2 vaak al voldoende.
Daar de zaden onderling nogal in grootte verschillen kan het mengsel het beste
voor het uitzaaien worden vermengd met vochtig zand. Zo krijgen we een
gelijkmatige verdeling en het vergemakkelijkt het zaaien. Een groter terrein
wordt eerst in kleinere stukken verdeeld; het zaad wordt dan in aparte,
afgewogen porties uitgezaaid.
In
principe kan het zaaien plaatsvinden op ieder tijdstip van het jaar, wanneer er
voldoende vocht in de grond aanwezig is en de temperatuur niet te laag is. Om
praktische redenen - voorbereiding van de bodem etc. - verdient zaaien in de
nazomer dikwijls de voorkeur, mede omdat veel inheemse zaden een vrij lange
kiemduur hebben. Meestal is de periode van half juli tot half september zeer
gunstig. Sommige soorten hebben bovendien graag een winterprikkel. In het
volgend voorjaar zal dan vaak een hoog percentage gekiemd zijn en de jonge
planten hebben de hele zomer om zich te vestigen. Ook zaaien in het voorjaar -
bij voorkeur van eind februari tot half april - is echter goed mogelijk.
Na
het inzaaien harken we de zaden licht in en drukken daarna eventueel,
behalve wanneer de grond erg nat is, de bodem wat aan met een plank of een
roller.
We
zaaien bij voorkeur in zonder graszaden. Grassen zullen meestal gauw genoeg
vanzelf verschijnen. Willen we toch gras meezaaien dan gebruiken we daarvoor
liefst langzaam groeiende soorten, die ecologisch gezien in de vegetatie passen.
De
graszaden worden in dit geval bij voorkeur apart gezaaid om ongelijkmatige
vermenging te voorkomen. Het beste kan dit gebeuren na het zaaien van de
bloemzaden. Pas hierna worden de zaden ingeharkt en wordt de grond licht
aangedrukt. |
Copyright © 2004-2012 De Morgenster-zaden
|